Weerspreuken en gezegden
.. Achter de wolken schijnt de zon
.. 's morgens een kind 's middags een man 's avonds ('s nachts) verneem je er niets meer van. Molenaars gebruikten deze spreuk vroeger omdat "hoge wind" in het voorjaar deze kenmerken vertoont
.. Alle winden hebben keerwinden
.. Allerzielensneeuw voorspelt een zacht voorjaar
.. Als de bijen naar huis toe vluchten zit er regen aan de luchten
.. Als de dagen lengen, begint de kou te strengen
.. Als de gesmeerde bliksem
.. Hebben de wolken 's morgens rode randen, altijd is er wind en nat voorhanden
.. Als de kippen schuilen gaan, houdt de regen zelden aan
.. Als het ijs gebroken is
.. Als het getij verloopt, verzet men de bakens
... Als de slakken kruipen gaan, is't met het mooie weer gedaan
... Als het regent uit het oosten, regent het zonder vertroosten
... Als een donderslag bij heldere hemel
... Als een ezel het te goed gaat, gaat hij op het ijs dansen
... Als 't regent, regent het op alle daken.
... Als de dagen lengen, gaan de nachten strengen
... Als de zon schijnt in het westen, werken de luien als de besten
... Als 't buiten woedt, is't binnen goed
... Als de dagen lengen, begint de winter te strengen
... Avondrood brengt mooi weer aan boord
... Beslagen ten ijs komen
... Daar kun je donder op zeggen
... Daar komt een schip met zure appelen
... Dat kan het daglicht niet verdragen
... Dat waait je niet vanzelf aan
... Dat is een doorgewinterd iemand
... De bui afwachten
... De molen naar de wind keren
... De bui zien hangen
... De mensen maken de almanak, maar God maakt het weer
... De wind in de zeilen hebben
... De wind in de rug hebben
... De wind waait uit de verkeerde hoek
... De zon wil ook wel eens schijnen door kleine raampjes
... De molen gaat niet om met de wind die voorbij is
... De opgaande zon aanbidden
... Een kring om de zon brengt regen in de ton
... Een kring om de maan dat kan nog gaan, maar een kring om de zon daar huilen vrouw en kinderen om
... Een luchtje scheppen
... Een herfst warm en klaar, is goed voor 't volgend jaar.
... Er is niets nieuws onder de zon
... Er is onweer aan de lucht
... Er zit broei in de lucht
... Er zit geen vuiltje aan de lucht
... Er de wind onder hebben
... Grauwe nevels is gebleken, zijn van kou een zeker teken.
... Een zwaluw maakt nog geen zomer
... Bete een vogel in de hand is beter als tien in de lucht
... Geeft Allerheiligen zonneschijn, dan zal het spoedig winter zijn.
... Geeft st Hilarius zonneschijn dan zou het weldra kouder zijn.
... Geen wolkje aan de lucht.
... Hoe verder het zicht hoe dichterbij de regen
... Overvloed van dauw maakt de hemel blauw.
... Rijp aan boom en plant, houd meestal geen drie dagen stand.
... Geen zee gaat hem te hoog.
... Het gaat hem voor de wind.
... Het ijs heeft nog geen balken.
... Het begint hem te schemeren.
... Het is niet overal zomer waar de zon schijnt.
... Het is nooit zo donker, of het wordt wel weer licht.
... Het getij mee hebben.
... 's morgens dauwdruppels op het gras op bloemen en in webben, zeker zullen we mooi weer gaan hebben.
... Het regent oude wijven.
... Het komt toch aan de dag, wat onder de sneeuw verborgen lag.
... Hij is in de wolken.
... Hij kan de zon niet in het water zien schijnen.
... Hij stond daar als door de bliksem getroffen.
... Als het gaat regenen uit de hoge, dan komt het niet met vlagen, maar soms met hele dagen.
... Hij keek als door de donder getroffen.
... Hoge bomen vangen veel wind.
... Hoog en droog.
... Als het regent voor acht ure, gaat het zeker niet de hele dag gaan duren.
... Iemand in het zonnetje zetten.
... Iemand de wind uit de zeilen nemen.
... In februari klagen de boeren het meest.
... Een waterige zon en bleke maan, kondigen beide regen aan.
... In de schaduw van iemand staan.
... Kerk houden onder Gods blauwe hemel.
... Loop naar de bliksem.
... Als de rook naar de aarde slaat, weet dat het regenen gaat.
... Meeuwen op het land, storm aan het strand.
... Men moet de huik naar de wind hangen.
... Rook uit de schoorsteen recht omhoog, we houden het zeker mooi en droog.
... Ruikt men de roet in de schouw, dan komt de regen gauw.
... Met sintjuttemis, als de kalveren op het ijs dansen.
... Met mist vorst in de kist
... Mooi weer spelen.
... Mooi weer spelen van een ander z'n geld.
... Morgenrood, brengt water in de sloot.
... Niet van de wind kunnen leven.
... Gaat de wind met de kippen naar bed, zo staat hij er morgen ook mee op.
... Nieuwe maan met helder licht, brengt ons van droogte het bericht.
... Nieuwe maan met donkere vlekken, kan tot bewijs van regen strekken.
... Nu spoedt de zomer weer ten end, en de hitte gaat verminderen.
... Op oud ijs vriest het licht.
... Hoe losser de wind, hoe vaster het weer.
... Regent het op de baas, dan drupt het op de knecht.
... Regen in september, Kerst in december.
... Sneeuw op slik, geeft ijs dun of dik.
... Komt de wind uit het noorderland, lang houd het weder stand.
.... Van de regen in de drup.
.... Vliegt de zwaluw hoog, dan blijft het weer mooi en droog.
.... Voor dag en dauw.
.... Voor een schip zonder roer, is elke wind tegenwind.
.... Voor de bui binnen zijn.
.... Vorst in september, zachte december.
.... Vorst met afgaande maan, houdt bijna altijd aan.
.... Komt wind voor regen, dan is er niets aan gelegen, doch komt regen voor wind, berg dan de zeilen gezwind
.... Waait de wind uit die hoek ?
.... Wie wind zaait zal storm oogsten.
.... Waar veel licht is, valt ook diepe schaduw.
.... Wie boter op zijn hoofd heeft moet niet in de zon gaan staan.
.... Wie in toorn handelt, gaat in storm onder zeil.
.... Noorden wind met volle maan kondigt een strenge winter aan.
.... Wie slechts een gewaad heeft, wast het niet als het regent.
.... Wie boter op z'n hoofd heeft moet niet in de zon gaan staan.
.... Oostenwind met regen duurt drie dagen, zes of negen.
.... Zich op glad ijs begeven.
.... Zijn neus in de wind steken.
.... Zo hoog in de winter de sneeuw, zo hoog in de zomer het gras.
.... Zo komt Jan Splinter door de winter.
.... Zo lopen de gootjes als het regent.
.... wind in de nacht opgestaan, brengt regen aan.
.... Zo de wind waait, waait z'n jasje.
.... Zoveel ijzelluchten in de winter, zoveel koren in de oogst.
.... Met een zonnige dag en een vochtige nacht staat al wat bloeit in volle pracht.
|